| ZWEETHONDEN NOORD NEDERLAND |
 |
| |
Zweethonden Noord Nederland
Het kan je een keer overkomen dat je, hoeveel jachtaktes en schietervaring je ook hebt, tijdens het reewildbeheer het stuk ziek schiet .
Dit is voor de reewildbeheerder erg maar voor het stuk nog veel erger. Gelukkig kan een goede hond meestal soelaas bieden. Over het gebruik van een staande jachthond bij de jacht op kleinwild is al veel geschreven maar van het gebruik van zweethonden bij de jacht op reewild is de kennis nog beperkt en wordt er naar onze mening in het Noorden nog veel te weinig gebruik gemaakt.

Als voorjagers van een zweethond begrijpen wij maar al te goed dat het misschien vervelend is om een “vreemde” te moeten bellen omdat je misgeschoten hebt. Hierbij wil ik benadrukken dat wij graag bereid ben om alles op alles te zetten om zo spoedig mogelijk met de hond te komen en te proberen een eind aan de lijdensweg voor de ree te maken.
Wie zijn wij
De Zweethonden groep Noord Nederland is ontstaan omdat we van mening zijn dat wij als zweethondenbegeleider nooit uitgeleerd zijn en elkaar goed kunnen helpen. Daarom hebben we besloten om als zweethondenbegeleiders van Stichting zweethonden Nederland in het Noorden te gaan samenwerken. Deze samenwerking bestaat uit een aantal dingen.

*Bijblijven in Lestselplaatsherkenningen
*Trainen van zweetsporen
*Organisatie van Schot tot bord
*Voorlichting in zweetwerk
*Elkaar inlichten over wat je meegemaakt hebt om zo van elkaar te leren (dit gebeurt volstrekt vertrouwelijk).
Voorheen gebeurde het wel eens dat de reewildbeheerder belde voor een nazoek en de zweethondenbegeleider niet kon komen, hij meestal aan zijn lot over gelaten. Vandaar dat we ook een afspraak hebben binnen onze groep dat als er een zweethondenbegeleider niet kan, deze zorgt voor een vervanger.
 
Hoe gaat het in zijn werk?
Als u denkt dat u het stuk ziekgeschoten heeft, wacht ongeveer 10 tot 15 minuten voor u naar de aanschotplaats gaat. Markeer de aanschotplek goed en bestudeer de plek, kijk goed wat u daar vindt en geef dit door aan de voorjager van de zweethond. Alleen al uit deze aanwijzingen kunnen we een hoop afleiden, niet alleen de aanschotplek vertelt iets maar ook hoe het stuk tekende kan veel zeggen. Bijvoorbeeld was het een bladschot of misschien een krellschot of toch een weidwond. Wanneer de voorjager de aanschotplaats goed heeft bestudeerd zal de hond worden ingezet, geduld en vertrouwen op de hond zijn hierbij erg belangrijk. Of het stuk ook daadwerkelijk gevonden wordt, is afhankelijk van veel factoren, b.v. hoe ziek is het wild, hoe is het terrein en het weer etc.
Voor informatie over de zweethondengroep kunt u terecht bij Kees Kamphuis of Rinie Kamerling
Telefoonnummers ziet u bij Voorjagers zweethondengroep
 |
Workshop ‘van Schot tot Bord’ 11 februari 2012
Na de successen van de Workshops in 2010 en 2011 en de overweldigde belangstelling van reeënbeheerders heeft de organisatie besloten de komende winter 2012 wederom een workshop te organiseren
Aanleiding : Tijdens de jachtopleiding wordt de nodige aandacht besteed aan het aanspreken van wild; ook de cursus ‘reewildbeheer’ van de Vereniging Het Reewild gaat hier uitgebreid op in.
Ook zaken als het plaatsen van het schot, welk kaliber en welke kogels komen ruimschoots aan bod. \
Waar ons inziens echter meer aandacht aan besteed kan worden is wat er na het schot gebeurt.
Tenslotte is het, jammer genoeg, niet zo dat het stuk bij ieder schot op de plek ligt. Zelfs bij een perfect schot is het stuk soms nog in staat om vele honderden meters te vluchten. En als het stuk dan gevonden is moet het ontweid, onderzocht en voor consumptie klaar gemaakt worden.
Deze workshop richt zich volledig op deze onderwerpen.
Inhoud workshop :
Doel van de workshop is het om reeënbeheerders, in de ruimste zin, informatie te verschaffen over hoe te handelen na een schot op een ree.
Onderdelen die aan bod zullen komen zijn:
- de Nazoek.
Aan de hand van proefsporen wordt met enkele gekwalificeerde honden een korte nazoek gesimuleerd. Introductie van en toelichting tijdens de nazoek wordt gegeven door een ervaringsdeskundige.
- het Ontweiden in het veld.
Alle ins en outs worden besproken door zowel een beheerder als een Gekwalificeerd Persoon.
- het Uitslachten en voor consumptie gereed maken.
Na het ontweiden vind het slachten plaats. Ook hier weer laat een deskundige zien hoe één en ander in zijn werk gaat.
Tussen de verschillende onderdelen door is er gelegenheid om kennis te nemen van wat er zoal op de aanschotplek aangetroffen kan worden. Daarnaast zal er uitgebreid aandacht worden geschonken aan de leeftijdbepaling van het ree aan de hand van de lengte van het neustussenschot.
De workshop wordt afgesloten met een drankje en een door een professionele kok bereidde wildmaaltijd. De verschillende gerechten zijn bereid met als basis het ree.
Aanmelding, Inschrijving en Betaling
Deelname : max. 32 personen; reeënbeheerders die een reeënpopulatie in noordelijke provincies beheren worden met voorrang ingeschreven
Kosten : € 70 - per persoon incl. maaltijd en consumpties voor de hele dag. Alle deelnemers ontvangen een werkmap/naslagwerk.
Datum : 11 februari 2012 vanaf 12.00 uur tot ca. 20.30 uur
Locatie : Noord Drenthe
· Belangstelling voor deelname kunt u per mail aan vanschottotbord@hotmail.com kenbaar maken door opgave van uw naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, WBE
· Bevestiging voor deelname vindt plaats uiterlijk begin december 2011. In deze bevestiging zal de wijze van betaling en de voorwaarden worden vermeld.
· De volgorde van binnenkomst van de deelnamekosten is bepalend voor deelname.
· Na betaling krijgen de deelnemers een uitnodiging met het adres van de locatie waar de
workshop plaatsvindt.
De Workshop ‘van Schot tot Bord
2012’
wordt georganiseerd door de volgende zweethondenbegeleiders van de Zweethondengroep Noord Nederland :
Bernhard Arends Jan Aalbers Rinie Kamerling Jan Aartsen
Kleine Fouten; Grote Gevolgen.
De eigenaardige en specifieke omstandigheden bij de nazoek bij reeën worden in de praktijk nog steeds onderschat.Daarom is het van groot belang de bijzonderheden van het reewild bij verwonding na het schot te kennen.
Vergelijkt men een reebok met een hert (roodwild) dan valt als eerste het enorme verschil in gewicht van het wildbraad na het ontweiden op: een reebok goed 15 kg; een hert tot 150 kg.
Dit is niet alleen na het bergen goed merkbaar ook heeft het een aanzienlijke invloed bij de nazoek, vooral voor de ingezette zweethond.
Men kan zich voorstellen dat een hert een veel sterkere bodemindruk, een grotere en diepere hoefafdruk heeft en daarom een zwaardere bodemverwonding achterlaat dan een reebok.Dat is vooral in zomermaanden bij hogere temperaturen merkbaar.Het kleinere spoor droogt veel sneller uit en de hoeven van het ree dringen niet diep in de droge bodem.
Vluchtgedrag na het schot
Een ander punt is het vluchtgedrag na het schot.Het territorium van een reebok is (afhankelijk van de begroeiing) ongeveer 10 tot 20 ha groot.Dat zal de reebok ook na ziekschieten niet verlaten, behalve dan na een hetze.
Een hert heeft verschillende standgebieden; in de zomer de grote akkerbouwvelden, tijdens de bronst de bronstplaatsen en de kleinere bosjes en na de bronst zijn winter- en voorjaarsgebieden.
Dat betekent dat een ziekgeschoten reebok na het schot en zonder dat de jager verdere verontrusting heeft veroorzaakt zich voor 90% in een omtrek van ongeveer 200 tot 400 meter zal ophouden, terwijl een ziek hert kilometers kan weg trekken.
Ik ga niet verder in op specifiek voor nazoek op reewild bedoelde hondenrassen.
Van belang is alleen dat men voor het eventueel stellen van het zieke ree de beschikking heeft over een daarvoor geschikte hond.
Welk verschil is er tussen een ziekgeschoten reebok in verhouding tot ander tweehoevig wild?
(voor-)Loperschot.
Na het schot zie je dat het beschoten ree licht tot sterk ineenkrimpt, afhankelijk hoe hoog het loperschot zit. Daarna vluchtig weglopen naar de dichtstbijzijnde dekking met een slingerende loper.
Daar zal het ree blijven staan en zekeren.
Op deze plaats vindt men meestal een wondbed met druppels zweet in de grootte van een euro tot een bierviltje. Dit hangt af van de zwaarte en hoogte van de verwonding aan de loper.
Daarna zal de reebok snel de zeer dichte dekking opzoeken zoals dichte braamstruiken en overwoekerde cultuuraanplant.
In het veld zal het ziekgeschoten ree het hoge en dichte akkerbouwgewas zoals koolzaad intrekken.
Ik heb vaak gezien dat het ziekgeschoten ree in hol bosbestand daar een wondbed opzoekt van waar uit deze een goed overzicht heeft om bij nadering van de jager of de zweethondengeleider snel het wondbed te kunnen verlaten.
Normaal gesproken raad ik de reebeheerder aan om de aanschotplaats nauwkeurig te onderzoeken en alles wat men daar aantreft, mee te nemen en thuis bij goed licht te onderzoeken en te beoordelen.
Anders kan het je gebeuren dat bij de nazoek de aanschotplaats door vossen, kraaien of ander roofwild is bezocht en is schoongemaakt.
Andere manieren van handelen.
Bij reewild kan men ook op een andere manier handelen. Als men er zeker van is dat het ree een loperschot heeft, hoeft men de aanschotplaats niet meer op te zoeken respectievelijk te onderzoeken.
Men kan dan beter de aanschotplaats goed markeren en de volgende ochtend of het vroegst na vier of vijf uur de aanschotplaats met zweethond onderzoeken.
De vroeger vaak gebruikte regel om bij loper-, kaak- of krellschot meteen de hond te slippen is verkeerd.
Ook het ziekgeschoten ree met een loperschot krijgt wondkoorts en een nazoek met een goed afgerichte en ingewerkte zweethond is na vier uur of de volgende morgen succesvoller dan het onmiddellijk na het schot laten slippen van de hond.
Nazoeken waarbij pas na 600 tot 800 meter een wondbed wordt gevonden, zijn bij het reewild al erg lang. Hier is zeker in de uren voor de aanvang van de nazoek met een zweethond wat anders gebeurd of iets anders aan de hand, (bijvoorbeeld een achterloperschot, vrij verloren zoek door de eigen hond enzovoort) Reewild die zonder succes zijn gehezt zijn vaak moeilijk of helemaal niet meer binnen te krijgen.
Weidwondschot.
Na het schot krimpt het ree vaak ineen en loopt met gekromde rug langzaam weg.
Vaak hangt pens of darmen uit de buik, meestal gaat het ree nog in het zicht van de reebeheerder met opgeheven kop neer.
Als het ziekgeschoten ree het lukt de dichtbijzijnde dekking te bereiken zal het spoedig in een wondbed gaan. Bij een Weidwondschot komt het voor dat het ziekgeschoten ree een vluchtafstand aflegt van 50 tot 300 meter.Afwachten en ziek laten worden.
Wanneer het ziekgeschoten ree nog in het zicht van de reebeheerder is gaan liggen moet deze proberen om een vangschot te plaatsen. Zou dit wegens bijvoorbeeld hoge vegetatie niet mogelijk zijn, dan de rust bewaren en beslist niet het ziekgeschoten ree nalopen.
Als een ree met een Weidwondschot ten minste twee tot vier uur rust wordt gegund, dan is het voor 80 tot 90% gestorven.Dergelijke nazoeken zijn trouwens ideale nazoeken voor een jonge nog onervaren zweethond.
Is de ziekgeschoten reebok in het zicht gaan liggen, ga dan ook niet op de aanschotplaats lopen om deze niet de bezoedelen.
Mocht er toch nog met een zweethond worden nagezocht, dan zou daardoor een als eerder “makkelijke” nazoek toch nog bemoeilijkt worden.
Daarom: in zulke gevallen afwachten en ziek laten worden.
Krellschot.
Na het schot zal het ree als door bliksem getroffen in elkaar zakken. Afhankelijk van hoe diep het krellschot zit, zal het getroffen ree van een tiental seconden tot een aantal minuten de aanschotplaats niet kunnen verlaten. Dit hangt af van de mate van verlamming van de rugwervel. Als het ree echter weer is opgestaan zal het steeds sneller worden en er alles aan doen om zo snel mogelijk de dichtstbijzijnde dekking te bereiken.
Als het de dekking heeft bereikt zal het zich net zo gedragen als bij een loperschot.( zal blijven staan en zekeren).
Altijd naschieten.
Als de mogelijkheid bestaat zal ook hier altijd geprobeerd moeten worden om een tweede schot te plaatsen. Zelfs dan als de aangeschoten reebok wegloopt en men deze alleen spits van achteren kan beschieten. Men moet het verloren wildbraad dan voor lief nemen. Beslissend is dan om het ziekge-schoten ree zo vlug mogelijk dood te schieten.
Ik hoor bij een dergelijke nazoek vaak dat de schutter niet een tweede keer heeft geschoten omdat het blad niet meer vrijkwam en een schot op de andere lichaamsdelen onweidelijk zou zijn.Deze jachtregel is natuurlijk alleen van toepassing bij het eerste schot.
Bij een vangschot op een ziekgeschoten stuk gelden andere regels. De aanschotplaats kan nadat het ree deze heeft verlaten meteen worden onderzocht.Daar zal men meestal alleen wat snijhaar en misschien een weinig zweet aantreffen.Met nazoeken zal men minstens vier uur moeten wachten.Dan zal men met één van de moeilijkste nazoeken kunnen beginnen.Meestal vindt men niet veel zweet omdat dit zich in de vacht op de rugzijde zal verzamelen en spaarzaam naar beneden zal druppelen.
Hierbij moet men gebruik maken van een zeer ervaren zweethond die ook kan hetzen.
En zelfs zo’n “prof” zal moeite moeten doen om een dergelijk moeilijke nazoek tot een succes af te maken. Omdat een dergelijke ziekgeschoten ree vaak na uren nog zeer snel kan zijn, wordt van de zweethond een afsluitende hetze geëist.
Longschot.
Bij een dergelijk schot kan het ree ter plekke neervallen of tot 150 meter vluchten.
De ervaren reebeheerder zal bij het wegvluchten van het ree niet zelden zien dat er achter het blad bij het in- en uitschot zweet verschijnt.
Op de aanschotplaats vindt men meestal helder rood zweet met kleine stukjes long.
Deze schottekens op de aanschotplaats bieden weer een goede mogelijkheid om een jonge onervaren zweethond op het wondspoor in te zetten en deze een succesvolle nazoek te laten maken.
Het aangeschoten ree is voor 99% dood, zodat niet op een hetze gerekend hoeft te worden.
Geen wonderen verwachten.
Reewild nazoeken kunnen zeer veeleisend zijn.
Na het schot de discipline opbrengen om zich te bedwingen is van veel invloed op de afloop van een nazoek.
In de afgelopen jaren moest ik helaas vaststellen dat reebokken, die in de relatief warme maanden (van eind mei tot eind augustus) beschoten waren en misschien een licht schampschot hadden opgelopen (nazoeken waren daarbij niet succesvol) meestal door vliegen en hun eieren/maden toch nog de kans liepen dood te gaan. Zelfs kleine verwondingen zijn voor vliegen genoeg om er eieren in te leggen, waardoor de reebok door de maden van binnenuit wordt aangevreten.
Daarom moeten wij de reebok- zoals al het grofwild- alleen dan beschieten als het volledig vrij staat en zich niet verlaten op de wondwerking van de in de catalogus aangeprezen kogel.
De verantwoording van het wild is aan u overgedragen, handel hiernaar.
Vertaald uit JuH door J. Aalbers,
Jan Aalbers en Rinie Kamerling hebben met hun honden de eerste nazoeken op reegeiten dit jaar succesvol nagezocht.
Om goed op de omstandigheden na het schot te kunnen anticiperen is het van belang om:
De positie waar het wild stond op het moment van het schot nauwkeurig te markeren.
In de richtkijker "door het schot heen" te kijken, om te zien hoe het dier reageert op het schot.
Na het schot:
Normaal gesproken ligt een geschoten dier onmiddellijk dodelijk getroffen op de plaats van afschot of in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Indien het dier niet direct zichtbaar in de omgeving ligt, dan is het aan te bevelen om zeer zorgvuldig te werk te gaan.
PLAATS AANSCHOT:
Het is belangrijk dat u de ''aanschotplaats” niet vertrapt en goed markeert, met bijvoorbeeld markeerband of een zakdoek. Voorkom dat u organisch materiaal onder uw schoenen meeneemt, waardoor de zweethond in verwarring kan raken. Daardoor wordt een eventuele latere nazoek bemoeilijkt. Om te voorkomen dat vossen vleesresten e.d. weghalen is het raadzaam om een sjaal of iets dergelijks achter te laten.
Zelf Nazoeken
Het ligt voor de hand, dat als het geschoten dier er niet direct ligt, u eerst zelf gaat zoeken.Dit is beter van niet en bel zo spoedig mogelijk een ervaren nazoekteam.
Indien u op de aanschotplaats longzweet aantreft, kunt u ervan uitgaan dat het geschoten dier niet verder dan 100 meter dood ligt. Meestal is het zweetspoor zo duidelijk dat u dit zelf kunt uitlopen. Het is niet raadzaam na te zoeken indien er geen longzweet ligt. Het risico is namelijk groot dat u het dier uit het wondbed opstoot en het wegvlucht. Dit zorgt voor onnodige stress bij het gewonde dier en bemoeilijkt een latere nazoek.
Indien u besluit met uw eigen hond na te zoeken is het belangrijk dat u:
Voldoende wachttijd in acht neemt, alvorens u met nazoeken begint De hond altijd aangelijnd laat zoeken,
Nooit verder dan 100 meter nazoekt,
Indien u geen resultaat heeft, een erkend nazoekteam inschakelt.
Inschakeling nazoekteam:
Op het moment dat u een nazoekteam inschakelt is het van belang dat u zoveel mogelijk informatie verstrekt aan de zweethondengeleider. Bedenk daarbij dat het geen schande is dat een dier niet direct dodelijk is getroffen. Het is heel vervelend, maar het kan helaas iedereen overkomen. Wel is het een schande indien een gewond dier niet wordt nagezocht.
MEESTAL IS HET NIET VER MIS!
Ook al is er op de aanschotplaats niets te vinden, concludeer nooit als schutter dat het mis was! U kunt deze conclusie pas trekken, nadat de aanschotplaats door een nazoekteam is gecontroleerd. In meer dan de helft van de gevallen wanneer er geen zweet wordt gevonden, blijkt, dat het dier door een erkend nazoekteam wel wordt aangetroffen! BIJ TWIJFEL ALTIJD CONTROLE DOOR DE ZWEETHOND
Ook Jan Aartsen met Chaske gekwalificeerd op 40 uur
Zweethondenstation
|
03 Oktober 2010 | 08:45:16
Op 2 oktober heeft Jan Aartsen met Chaske de zweetpoor C (40 uur) behaald en was de enige deelnemer die de proef behaald heeft in Schipborg
De proef was georganiseerd door de Vizsla vereniging
In februari organiseren we weer "van Schot tot bord"
Zweethondenstation
|
13 Mei 2010 | 20:30:09
Na het succes van dit jaar hebben we besloten om weer een van schot tot bord te organiseren.
Let goed op want vanaf augustus/ september word het gepubliceerd.
Dan ziet u ook hoe u zich kunt aanmelden
Viktor von Velbert naar Internationale zweetproef in Italië
Zweethondenstation
|
13 Mei 2010 | 20:17:20
Viktor word namens de Nederlandse Teckelclub uitgezonden om mee te doen aan de Schweiss Onhe Richterbegleidung.
Dit is een zweetspoor van 1000 meter waarbij er geen keurmeesters mee lopen.
Er liggen verwijspunten op het spoor en die moet je mee nemen.
Je hebt max 90 minuten de tijd en je moet minimaal 2 verwijspunten mee nemen.
“Van Schot tot Bord” voorziet in behoefte reewildbeheerders
Zweethondenstation
|
16 Februari 2010 | 09:23:06
“Van Schot tot Bord” voorziet in behoefte reewildbeheerders
“Ik ben al 28 jaar reeënbeheerder maar toch nog verbaasd over wat ik vandaag allemaal geleerd heb”, was een reacties van een deelnemer aan de workshop “van Schot tot Bord”. Deze workshop was georganiseerd door een groepje zweethondbegeleiders uit Friesland, Groningen en Drenthe met als doel om kennis en ervaring te delen op het gebied van reeënbeheer, specifiek gericht op wat er allemaal aan de orde komt NA het overhalen van de trekker.
In de winter 2009 was dit idee ontstaan nadat Bernhard Arends door een enkelbreuk gedwongen was om rust te houden. Samen met zijn zweettrainingsmaten Jan Aartsen en Rinie Kamerling had hij geconstateerd dat er bij reeënbeheerders behoefte is aan kennisoverdracht op het gebied van zweetwerk, ontweiden en slachten maar ook het panklaar maken en goed bereiden van reevlees. Dit zijn onderwerpen die niet direct worden aangeboden tijdens de jachtopleiding maar waar men in de praktijk toch vaak tegenaan loopt. Ondeskundig handelen kan dan vaak verstrekkende gevolgen hebben.
Dit idee werd vertaald naar een workshop waar 24 Drentse reeënbeheerders aan hebben deelgenomen. De groep kwam op 6 februari naar de boerderij van maatschap Hartlief-Lammers in Donderen, een geweldige accommodatie waar ruimte en gelegenheid was om alle facetten duidelijk te demonstreren en waar het in de fijn verwarmde loods prettig toeven was. De workshop bestond uit verschillende onderdelen; beginnend bij het zweetwerk. Als een ree ziek geschoten is, wil men het zo snel mogelijk vinden en uit zijn lijden verlossen. Een deskundig nazoekteam is daarbij onmisbaar, de zweethondenbegeleiders van de Stichting Zweethonden Nederland en hun honden zijn hiervoor allemaal gekwalificeerd en staan graag klaar om hun ervaring in te zetten. Elke situatie is anders en vraagt om een andere aanpak. Zeer belangrijk hierbij is de zogenaamde letselplaatsherkenning. Hierbij wordt de plaats van aanschot nauwkeurig onderzocht en aan de hand van de bevindingen, zoals snijhaar, weefsel en zweet stelt men vast wat de soort verwonding is en welke zweethond hiervoor geschikt zal zijn. Op diverse plaatsen op het terrein kon men oefenen met letselplaatsherkenning. Drie zweethondenteams werkten een zweetspoor uit waarover uitgebreid uitleg werd gegeven.
Het volgende deel van de workshop bestond uit verschillende demonstraties waarbij door gekwalificeerde personen de technieken van ontweiden, onthuiden en portioneren nauwkeurig werden uitgelegd. Dit alles volgens de hygiënevoorschriften die zijn gesteld in de EG verordening 852/2004 en 853/2004 met als doel het stuk op een zo hygiënisch mogelijke manier geschikt te maken voor consumptie. De dag werd afgesloten met een voortreffelijk menu waarbij de kok de deelnemers en alle helpers liet proeven van diverse verrassende bereidingswijzen van alle soorten/delen reevlees. Zoals gerookte reebout, reebiefstuk en verschillende stoofgerechten. Voor de liefhebbers werden de bereidingstips en recepturen uitgewisseld.
Een voor veel mensen niet voor de hand liggende bezoeker was het team van de Dierenambulance Groningen. De zweethondenbegeleiders in het Noorden werken veel samen met de Dierenambulance want uiteindelijk hebben we allemaal het zelfde doel, namelijk een dier zo snel mogelijk uit het lijden verlossen. Een van de andere gasten was Hondenwebshop.nl die aan alle begeleiders van de zweethondenlijst uit het Noorden veiligheidshesjes aanbood.
De organisatie kijkt terug op een zeer geslaagde dag, die zeker gezien het grote aantal aanmeldingen, om herhaling vraagt.
Bernhard Arends
Jan Aartsen
Rinie Kamerling
Viktor von Velbert wint zweetwedstrijd C Cesky Fousekvereninging
Zweethondenstation
|
13 Oktober 2009 | 20:11:00
Viktor gaat als een speer en kwamen goed aan het eind tijdens de zweetproef C van de Cesky Fousek vereniging.
Later bleek dat hij hoog gescoord had met een U met 92 punten en een jeugdaantekening.
Complimenten voor de organisatie, het was een mooie dag met een mooi afwisselend spoor.
Wedstrijden loop ik dit jaar niet meer en geef dit jonge hondje volledige rust en zal alleen met een natuurnazoek ingezet worden.
Viktor von Velbert nu ook 40 uur gekwalificeerd
Zweethondenstation
|
05 Oktober 2009 | 15:03:54
Afgelopen weeken hebben wij in Duitsland meegedaan aan de Schweissprufung Färtheschuhe 40 stunden.
We hebben het gehaald met een 2e prijs en 82 punten.
De dag er voor een spoorluidproef gedaan en dat kon ik merken en Viktor nam vrij snel een verleiding op maar kon dat goed zien.
Dus nu ook 40 uur gekwalificeerd
|
|
|
|
|